Hoofdtekst
Beschrijving
Een kleermaker die duivel noch hel vreesde, was getrouwd met een brave vrouw. De man droeg altijd chique kleding en bruine schoenen, iets wat voor die tijd uitzonderlijk was. Met een mooie hoed, een mooi pak en een wandelstok ging de kleermaker naar de kermis van Kester. Een vrouw die langs Diepenbroek wat gras aan het snijden was, zag plots de vrouw van de kleermaker aankomen met haar zoontje. De vrouw van de kleermaker vertelde dat haar man alle kasten op slot had gedaan, zodat zijn vrouw en kinderen geen brood konden eten. De vrouw had dan maar wat voedselrestjes die voor de dieren bestemd waren, uit een zak gehaald en die gebakken. De vrouw werd ook vaak geslagen door haar echtgenoot. Ze durfde niet naar haar ouders te gaan, omdat die haar huwelijk met de kleermaker nooit hadden goedgekeurd. Toen de vrouw gestorven was, lag haar lichaam op een afdakje op een geitenstal, bedekt met stro. De kleermaker ging op het gemeentehuis huilend vertellen dat zijn vrouw was gestorven. De burgemeester sprak tot de man: “Jij hebt zeker uien aan je ogen gewreven!” en kreeg daarop een rake klap van de verontwaardigde kleermaker.
Toen de kleermaker geen vrouw meer had, was hij bang dat de duivels hem zouden komen halen omdat hij zo slecht had geleefd. De man ging te rade bij een vrouw uit Wallonië die de geesten van de overledenen kon contacteren. Nadat de man had gelogen door te zeggen dat hij katholiek was, riep de spiritiste de geest van zijn overleden vader op. Toen de man zijn vader vroeg of hij gelukkig was, antwoordde deze: “Ja, ik ben gelukkig, maar niet door jou, want jij moet nog steeds je eerste Onzevader voor mij bidden. Wat je hier doet, mag je nooit meer doen. Je mag mijn geest nooit meer oproepen”. Doodsbang ging de man naar huis.
De kleermaker is daarna hertrouwd met een vrouw uit Herfelingen. Die vrouw kon het echter niet bij hem uithouden en liep weg. De kleermaker liet zijn vrouw tegen betaling opsporen en ontdekte dat ze in een hotel in Brussel de afwas deed om geld te verdienen. De kleermaker haalde de vrouw terug. Een tijdje later werd hij echter ziek. Hij had een ziekte waarbij de aangetaste organen zwart werden. De man raakte eerst zijn teen en daarna ook zijn been kwijt. Hij had bovendien voortdurend erge dorst. De man is snel gestorven.
Toen de kleermaker geen vrouw meer had, was hij bang dat de duivels hem zouden komen halen omdat hij zo slecht had geleefd. De man ging te rade bij een vrouw uit Wallonië die de geesten van de overledenen kon contacteren. Nadat de man had gelogen door te zeggen dat hij katholiek was, riep de spiritiste de geest van zijn overleden vader op. Toen de man zijn vader vroeg of hij gelukkig was, antwoordde deze: “Ja, ik ben gelukkig, maar niet door jou, want jij moet nog steeds je eerste Onzevader voor mij bidden. Wat je hier doet, mag je nooit meer doen. Je mag mijn geest nooit meer oproepen”. Doodsbang ging de man naar huis.
De kleermaker is daarna hertrouwd met een vrouw uit Herfelingen. Die vrouw kon het echter niet bij hem uithouden en liep weg. De kleermaker liet zijn vrouw tegen betaling opsporen en ontdekte dat ze in een hotel in Brussel de afwas deed om geld te verdienen. De kleermaker haalde de vrouw terug. Een tijdje later werd hij echter ziek. Hij had een ziekte waarbij de aangetaste organen zwart werden. De man raakte eerst zijn teen en daarna ook zijn been kwijt. Hij had bovendien voortdurend erge dorst. De man is snel gestorven.
Bron
E. Tielemans, Leuven, 1978
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (zuid-west)
1X
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Onzevader   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Kwintens-Lennik   
Plaats van Handelen
Brussel   
Herfelingen   
Diepenbroek   
Kester   
Wallonië   
