Hoofdtekst
Hier bij ons wier er 's avonds veul gebuurt, en zo kwam hier op nen avond eens Kees van Eyck. En er liepen hier twee katjes rond en toen ze aan 't buurten waren kwam er een poeske op zijne schoot liggen. En Kees streelde dat en zei: "Och, poeske, wat wärmde gij toch goed!" Maar toen ie 's avonds naar huis toe ging, kwam ie een poetje tegen en dat volgde hem en ie geraakte dat niet kwijt en toen zei dat poetje ineens: "Kees van EyckZei tegen mij,Oh, poetje, wärmde gij."
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
Een man die bij vrienden op bezoek was, streelde een kat die op zijn schoot was gesprongen en zei: "Och poesje, wat warm jij toch goed!" Toen de man later op de avond naar huis ging, kwam hij een kat tegen, die hij niet kwijtraakte en die sprak: "X zei tegen mei, och poesje, warm jij".
Bron
W. Luyts, Leuven, 1956
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps ('land van turnhout')
244
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Weelde   
