Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WLUYT0070_0070_44047

Een sage (mondeling), 1956

Hoofdtekst

Hier bij ons wier er 's avonds veul gebuurt, en zo kwam hier op nen avond eens Kees van Eyck. En er liepen hier twee katjes rond en toen ze aan 't buurten waren kwam er een poeske op zijne schoot liggen. En Kees streelde dat en zei: "Och, poeske, wat wärmde gij toch goed!" Maar toen ie 's avonds naar huis toe ging, kwam ie een poetje tegen en dat volgde hem en ie geraakte dat niet kwijt en toen zei dat poetje ineens: "Kees van EyckZei tegen mij,Oh, poetje, wärmde gij."

Onderwerp

SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.    SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.   

Beschrijving

Een man die bij vrienden op bezoek was, streelde een kat die op zijn schoot was gesprongen en zei: "Och poesje, wat warm jij toch goed!" Toen de man later op de avond naar huis ging, kwam hij een kat tegen, die hij niet kwijtraakte en die sprak: "X zei tegen mei, och poesje, warm jij".

Bron

W. Luyts, Leuven, 1956

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps ('land van turnhout')
244
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Weelde    Weelde