Hoofdtekst
Een heks die gink alle nachten om twaalf uur uit. Dan smeerde ze haar in met zalf, pakte ne bessemstok en zee: "Over bos en heg, tot in Keulen in de wijnkelder." Nu was t’er enen, die had da afgeluisterd, maar hê zee ’t verkeerd. Hê zee: "Door bos en heg…" Toen moest’em door alle bossen en hagen heen.
Beschrijving
Een heks smeerde zich om middernacht in met heksenzalf, nam een bezemsteel en zei: "Over bos en heg, tot in Keulen in de wijnkelder".
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (beringen en omstreken)
213
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
Plaats van Handelen
Keulen   
