Hoofdtekst
X: En eh, de eeuwige jager?16: Ja, ja.X: Wat was dat?16: De eeuwige jager, dat was een zoon hé, en hij ging altijd gaan jagen. En het was een jonkheid, hij was niet getrouwd, dat was een jonkheid. En eh, op een … ja, door het feit dat hij altijd ging jagen, hij kon dat niet laten, dat was een passie van hem. En zijn vader lag op sterven en eh, alhoewel zijn vader op sterven lag, … Ze zeiden: "Je zult toch nu niet gaan jagen zeker, je zult toch bij je vader blijven?" "Ja maar ja," zei hij, "ja, eh… maar ik ga toch eerst nog eens gaan kijken. Ik ga eerst nog een haas schieten." Nu, hij ging voort en hij schoot een haas. En hij keerde terug en zijn vader was dood. En … maar zijn vader had gezegd toen hij … toen hij ging jagen: "Het is goed," zei hij, "laat hem gaan jagen. En laat hem gaan jagen en een haas gaan schieten," zei hij, "maar dat hij eeuwig blijve jagen."X: Ah ja.16: Begrijp je het? En toen hij weerkeerde was zijn vader dood. En eh, na… ja, na zoveel jaren was hij ook dood. Maar altijd hoorden ze hem roepen in het bos –allez, zogezegd hoor – op zijn hond. "Tsjaoe!" riep hij altijd. Zijn hond heette Tsjaoe. En de mensen, als ze zo ’s avonds – hij was eigenlijk een pensjager – de mensen, als ze ’s avonds in het bos gingen, hoorden hem altijd roepen: "Tsjaoe! Tsjaoe!" En daardoor zeiden ze: "Kijk, de eeuwige jager is daar weer hoor. Hij is teruggekeerd." En hij was nooit… voor die mensen … zijn geest kwam altijd terug. En hij riep altijd op zijn hond. Ze hoorden hem altijd jagen en roepen op zijn hond. "Tsjaoe! Tsjaoe!" riep hij altijd. En dat was zo… de mensen geloofden dat zo toen hé, die mensen in die tijd hé.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een ongetrouwde jongen ging dolgraag jagen. Toen de vader van de jongen op sterven lag, zei men: "Je gaat nu toch niet jagen, zeker? Je blijft toch bij je vader!" De jongen protesteerde en zei dat hij eerst nog een haas wilde gaan schieten. De vader sprak op zijn sterfbed: "Het is goed, laat hem maar jagen en een haas schieten. Dat hij dan maar voor eeuwig blijft jagen!" Toen de jongen terugkwam van de jacht, was zijn vader dood. Vele jaren later stierf ook de jongen. Daarna hoorden de mensen in het bos de eeuwige jager zijn hond roepen met de woorden: "Tsjaoe! Tsjaoe!"
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (poperinge)
16B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
