Hoofdtekst
Bij Tieste Kwadies (Van Laetem) heeft het nog gespookt in de zagerij. En Richard zaagde hout, ik kende hem goed, en die mens wist niet meer van wat hout pijlen gemaakt.X: Wat gebeurde er daar misschien?Ah ja, dat begon er te spoken hé. Op een avond, wij waren toen nog jongens van zeven, tien jaar misschien en de jongens van die boerderij waren ook zo. En wij hebben het deze week nog verteld. De vrouw bonden ze in een bundel stro, met de vlegel gedorsen, en ze bonden die vrouw daarin. En Tieste Kwadie zijn wijf moest dus spoken. Met een belletje en een keten. En die buren zeiden dat het waar was. Nu zou dat niet mogelijk zijn. Ze zouden zeggen nu: “We gaan er eens vuur aan dat wijveke steken.” Maar iedereen geloofde dat. En de paters van Gent (Augustijnen) zijn er nog gekomen om die spoken af te lezen. Ge moet niet vragen hoe dom die mensen waren.
Beschrijving
In een zagerij spookte het. Op een avond ontdekte men dat de vrouw die daar woonde met een belletje en een ketting spookte. Men heeft de vrouw in een bussel stro gebonden. Men heeft de paters van Gent laten komen om de spokerij af te lezen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
187A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Maria-Horebeke   
Plaats van Handelen
Gent   
