Hoofdtekst
C Ik: En hebt ge ooit gehoord dat die heksen toverboeken of zo hadden?G.: Ja, ge moest toch die macht hebben, hé! Ja en die paters waren dan sterker als die ander als die dat konden aflezen. Maar ze kwam niet meer over den dijk, zenne. En dan was dat kind ervan af.Ik: Over kinderen werd dat nogal vaak verteld dat die behekst werden, hé?G.: Ja, daar werd veel over verteld, maar mijn vader, die kende die verhalen beter. Nu is dat allemaal weg hé, die boeken, dat is allemaal weg.Ik: Wat waren die boeken dan eigenlijk?G.: Da'k het niet en weet. Ze zeiden dat die kracht in dat boek stak of zo. En die moesten ze afgeven.Ik: Aan wie?G.: Aan de pastoor en dan werden die verbrand.Ik: Tenzij ze er zelf in gingen lezen, zeker.G.: (lacht) Ja, dat weet ik niet zenne...
Beschrijving
Vroeger vertelde men vaak over kinderen die behekst waren. Heksen haalden hun toverkracht uit boeken. Op zeker ogenblik moesten ze hun boeken afgeven aan de pastoor, die ze verbrandde.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (mechelen en omstreken)
1C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
