Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0997_0998_32442

Een sage (mondeling), donderdag 23 december 1999

Hoofdtekst

47 A -Dus we moesten veel naar Leeuwergem gaan bij mijn ouders, want het was café in Leeuwergem en mijn moeder en mijn vader trokken bijna alle zondagen naar Leeuwergem voor te kaarten, een café zijn bij mijn vader, ge kent dat hé en Ida ook, zijn moeder nog, ze leefde nog die is de negentig jaar geworden hé en daarmee die kon nog kaarten, tot haar laatste dag heeft ze gekaart hé bijkans hé en dan als we naar huis gingen dat was pikdonker en we gingen altijd langsheen de ijzeren weg hé ziet ge het en in de talud van de ijzeren weg daar blonken altijd lichtjes zo en mijn vader: “Ja, ze zijn daar weer ze (hoor),” zei hij, “ze zijn daar weer!”, maar dat kwam voort van een soort slak of iets.II -Een glimworm?47 -Een glimworm ja, die dat licht en hij maakte ons daarmee schou (bang) we waren kleine kinderen hé wij, ahII -Dat was voor u schou (bang) te maken dat hij dat zei?47 -Ah ja, dat was voor ons schou te maken hé, ja, “Ze zijn daar weer! Ze zijn daar weer!” (lacht)zei hij en wij zere (snel) terten (stappen).I -En wat vertelde hij daarvan van die lichten wat zou dat geweest hebben?47 -Ja, ze maakten de mensen daar een beetje bang mee hé met die lichtjes, d’er waren mensen die dat niet wisten wat dat dat was en mijn vader die wist wat dat dat was hé. Ah ja, natuurlijk wij als kinderen, wij waren nog niet op de hoogte daarvan hé, maar achterna vertelde hij thuns (dan) wat dat dat allemaal was hé.46 -Maar die kon vertellen hé! We dierven naar de W.C; niet meer gaan.47 -Ja, dat mijn moeder zei: “Zwijgt, zwijgt, want fleus (straks) durven ze niet meer buiten gaan.”46 -Jamaar het is waar ze (hoor), ik dierf niet meer buiten gaan hé.I -Zijn vader dus, dat was een goede verteller?46 -Oei, ja, ze (hoor), ja ze (hoor)! Ik was echt schou.I -En wat vertelde hij thuns (dan)?46 -Van de kwelms (drijfzand), van hé.

Beschrijving

Een man die terugkwam van een café waar hij was gaan kaarten, zag onderweg altijd lichtjes. Hij maakte zijn kinderen bang met verhalen over die lichtjes. In werkelijkheid waren het glimwormen.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
47A
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zottegem    Zottegem