Hoofdtekst
I En daar was ook een kleine burcht?4 Klaen Bùrch, dat is daar tegenover. Ik heb de plannen, je hebt ze gezien gehad, een plannetje. Ze ‘kalde’ (= spraken) nooit van meters, ze ‘kalde’ maar van passen vroeger. En ellen - hoe ging dat allemaal?- en pond. Vroeger waren geen meters. Maar wat de Klaen Bùrch daarmee te maken had? Die moet daar (= Groote Bùrch) verbinding mee gehad hebben, maar daar was de Groote Bùrch [wijst richting Burchtstraat]. En als ik nu in de berg ga, dan zie ik daar ook nog een boog staan. In een berg hoeft geen boog te staan, versta je. Maar voor mij is dat een ingang geweest naar de Groote Bùrch.I Dat ze onder de grond doorgingen?4 Onder de grond vertrokken die. Die zaten onder de grond. Versta je? Jaja, die ridders zaten onder de grond. En toen heb ik toch, omdat ik dan graag (m’n kwekerij) had uitgebreid - ik zat erneven, vlak (erneven) - dan ben ik aan de oude ‘läöi’ gaan vragen ook, wat die daarvan wisten. Ja, die hadden wel horen vertellen dat het daar ‘whùl’ was.
Beschrijving
Men vertelde dat in Zichen-Zussen-Bolder een onderaardse gang was die de Kleine Burcht met de Grote Burcht verbond.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (groot-riemst)
4S 148
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Grote Burcht (Zichen-Zussen-Bolder)   
Kleine Burcht (Zichen-Zussen-Bolder)   
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
Plaats van Handelen
Zichen-Zussen-Bolder   
