Hoofdtekst
‘k Heb ik nog etwa (iets) gehoord van oude mensen. Maar dat moet ook al lange geleen zijn we (hoor). Dat was een oud wuvetje die de zeven weeën aan ’t doen was rond ’t kerkhof in Lombardsijde en z’hoorde al met een keer den orgel spelen in de kerke en de luchten (lichten) brandden en ze gaat dat gaan zeggen tegen de paster en de paster gaat naar de kerke natuurlijk en dat was een paster die daar kwam voor een messe te doen. Dat was een die moste (moest) werekeren ook. En de paster is achter den onderdeken van Nieuwpoort en den deken van Veurne en de paster van Westende gegaan. Ze zijn zieder (zij) alle drie in de kerke gegaan en dat heeft ton (dan) niet meer te zien geweest. En die drie geestelijken zijn alle drie in ’t zelfste jaar nog gestorven.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een oude vrouw die de zeven weeën aan het doen was rond het kerkhof van Lombardsijde, hoorde opeens het kerkorgel spelen en zag dat er licht brandde in de kerk. De vrouw ging snel naar de dorpspastoor die vaststelde dat in de kerk een pastoor kwam spoken, die nog een mis moest doen. De dorpspastoor liet de onderdeken van Nieuwpoort, de deken van Veurne en de pastoor van Westende komen. Toen die drie geestelijken de kerk binnengingen, was er niets meer te zien. Merkwaardig genoeg zijn die drie geestelijken datzelfde jaar gestorven.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
120
fabulaat
Opmerkelijk verhaal! ('meeslepen' in de dood)
Naam Overig in Tekst
zeven weeën   
Naam Locatie in Tekst
Nieuwpoort Bad   
Plaats van Handelen
Lombardsijde   
Westende   
Veurne   
Nieuwpoort   
