Hoofdtekst
dô was ne schrênwerker; en dee ging werken in Miele-bouven-Oolst; tusse de 2 dörpe was ene boeum; en as hem dô kam, kam e joeng vuile tusse z’n biene en e zat erop en eweg ermei; en hem sloeg mê zene meiter op de nôs van ’t vuile; en dee begon te bloeie; en ’t was zene beste kamerôd. "Wa ben ik gelukkig, zeit er, nâ ben ik verlost"; dee hâ nen boek gevoengen op de weg en dô begonnen in te leze; en da was dan den duvel, hê! en zoe was hem in vuile veranderd.
Onderwerp
SINSAG 0697 - Seele in Tiergestalt.   
Beschrijving
Een schrijnwerker die in Mielen-boven-Aalst ging werken, kwam onderweg een veulen tegen. De schrijnwerker ging op het veulen zitten en sloeg het dier op de neus, waardoor het begon te bloeden. Het volgende ogenblik veranderde het veulen in de beste vriend van de schrijnwerker. De vriend sprak opgelucht: "Wat ben ik gelukkig omdat ik verlost ben!" De man had langs de weg een toverboek van de duivel gevonden. Door in het boek te lezen, was de man in een veulen veranderd.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.3 Toverboeken
limburgs (sint-truiden)
583
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gelinden   
Plaats van Handelen
Aalst (Mielen-boven-Aalst)   
