Hoofdtekst
’t Wos e boer die zijn kolen ofgeten wos van èn haze. "’k Gon dien haze schieten", zeiten. Enne wakte twee avonds. Enn’had er ol up geschoten mor enn’had ze nog niet hèt. Dien haze wos iedere keer weg. Den derden avond gingten nog e keer up wacht. Enn’had wijs gemakt geweest datten e frank in vieren moste kappen en in zijn gewere steken in platse van zaad. Enne schoot up dien haze mor enn’had ze were niet. Enne gaat were binnen enne zag zijn wuuf die heur bille of wos otten geschoten had met dien frank. Zijn wuuf had heur veranderd in èn haze.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een boer ergerde zich aan een haas die zijn kolen opat. De boer besloot de haas neer te schieten en waakte twee avonden lang bij zijn veld. De man had al geprobeerd naar de haas te schieten, maar hij had gemist. De derde avond had de boer een in vier delen gehakt muntstuk in zijn geweer gestoken. Hij schoot naar de haas, maar miste weer. Toen hij daarna naar binnen ging, stelde hij vast dat zijn vrouw een wonde aan haar bil had. Zij had zich veranderd in een haas.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
21R
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langemark   
