Hoofdtekst
Er waren daar in de bossen waar ik woonde tempeliers. Ze hadden goud gedolven en keerden were voor ’t te halen. Dat waren heren die verjogen waren van ulder hof door de Fransen oorlog. ’s Nuchtends stond daar op dat hof dikkers een peerd ingespannen en als ze d’r naartoe gingen, stond ’t were uitgespannen.
Beschrijving
In de bossen van Aartrijke vertoefden Tempeliers. Tijdens de oorlog werden de Tempeliers verjaagd door de Fransen. Ze begroeven hun goud in het bos. Na hun dood keerden ze terug om dat goud te zoeken.
Wanneer men op dat Tempeliershof een paard vóór de kar had gespannen, stelde men even later vast dat het paard was losgemaakt.
Wanneer men op dat Tempeliershof een paard vóór de kar had gespannen, stelde men even later vast dat het paard was losgemaakt.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (houtland)
712
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Tempeliers   
Fransen   
Naam Locatie in Tekst
Aartrijke   
Plaats van Handelen
Aartrijke   
