Hoofdtekst
Ich was negen jaar oud en dat was ene tijd, toen moesten we brood in Hasselt halen - voor twintig cent was dat toen -. De kruiwagel (= -wagen) was zo zwaar en ich zei 'doet een koord t' raan, dan kunnen we toch helepen trekken!' Aan de 'kruisdreef', doa ging een baan op Diepenbeek, een op Bevers, een op Peneel en een op Jagenbos. - 'Wat staat dan doa?' zei nonk tegen mich. We kieken en het was een begijn, heel in 't wit. Wei (= toen) we t' raan kwamen, stond nonk stil. - 'Wat is ter uwen dienst?' vroegter h'r. - 'Ich heb ene bevaartgang op mich in Kottebös (= Kortenbos), zei ze, ich kan nie den hiemel in eer die gedaan is.' Nonk he(ef)t hem afgepak(t), en hij is noa Kottebös gegeaan. Ineens was ze weg. Aan 't kasteel van Dominus, tussen Diepenbeek en Dominus. - Ja maar, het was gevaarlijk voor doa door te gaan!
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een meisje van negen jaar ging samen met haar oom brood kopen in Hasselt. Bij het kasteel van Dominus op het kruispunt van de wegen naar Diepenbeek, Bevers, Peneel en Jagenbos, stond een witte begijn. Toen de oom dichterbij kwam, sprak het spook tot hem: Ik had beloofd om op bedevaart te gaan naar Kortenbos. Zolang dat niet is gedaan, kan ik de hemel niet bereiken. De oom is dan voor de begijn op bedevaart gegaan.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
398
memoraat
Naam Overig in Tekst
Dominus (kasteel van)   
kasteel van Dominus   
Naam Locatie in Tekst
Nerem   
Plaats van Handelen
Jagenbos   
Diepenbeek   
Bevers   
Peneel   
Hasselt   
