Hoofdtekst
’t Waren daar een hele bende gasten die geren naar de kerremesse te Menen gegaan hân. Maar ze mosten den oest binnen doen. Ze begosten natuurlijk neerstig te werken. Ol mee ne keer, de roô mannekes kamen. "O je ol doet wa me zeggen, gaan me ulder werk doen. Maar ge moet plat ip ulder buik liggen en niet ipkijken." En die mannekes an ’t werken, en olles gebonden, en rechte gezet; maar de knape ha zijn hoofd een bitje ipg’heft, en os ze rechte stonden, lag ol ’t zijne nog nere.
Beschrijving
Enkele knechten moesten de oogst bijeenbinden vooraleer ze naar de kermis in Menen konden gaan. Toen de knechten ijverig aan het werk waren, verschenen de rode mannetjes met de woorden: "Als jullie alles doen wat wij zeggen, dan zullen wij jullie werk doen. Jullie moeten plat op de grond gaan liggen zonder te kijken". De knechten deden wat er gevraagd was, maar één van hen hief zijn hoofd stiekem even op. Even later was de oogst bijeengebonden, behalve het deel van de knecht die had gekeken.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
10
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluwe   
Plaats van Handelen
Menen   
