Hoofdtekst
Mijn moeder woonde in de Ysmolen. Ze moesten naar Louise naar de mis. ’t Was daar erg op Louise. De bakten lukten niet, en alle soorten treiterneien gebeurden daar. De paster preekte daar ne keer dat ze ulder moesten in houden of dat hij ze met naam ging noemen.
Beschrijving
In het dorp Louise had men veel problemen. Men kon er bijvoorbeeld geen brood bakken. De pastoor zei een keer op de preekstoel dat het moest afgelopen zijn met de toverij, want dat hij de schuldigen anders bij naam zou noemen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
348
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
Plaats van Handelen
Louise-Marie   
