Hoofdtekst
’t Wos dor e vintje in Esen die olle nachte upheft wos in zijn bedde bij zijn baard. ’t Wos Peejge Burggraeve. ‘k En mijn vader dat dikwils horen vertellen. Warden Hosten van Zarren zei oltijd dat ’s navonds spookte en dat er geruchte wos. Enne stekte met zijn mes mor n’e nooit etwien hèt. En ’s nachts hoorden oltijd ook e masse leven up de zolder.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
In Esen woonde een man bij wie het iedere avond spookte. De man hoorde geluiden en stak met zijn mes in de richting van het geluid, maar hij miste altijd. Op de zolder was ook altijd lawaai te horen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (vrijbos)
76C
Vader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pee Burggraeve   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
Plaats van Handelen
Esen   
