Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   
Beschrijving
Twee stropers die op hazenjacht waren, zagen in de maneschijn een hond lopen. De hond kroop in een boomstronk en verscheen even later opnieuw, maar dan in de gedaante van een mens. In de boomstronk vonden de stropers een dierenvel. Ze gingen aan de vrouw van de weerwolf vertellen wat ze hadden gezien. De vrouw ging naar de pastoor, die haar aanraadde om het dierenvel uit de stronk te halen en het in de oven te gooien. Dat bleek echter niet eenvoudig, want het vel vloog altijd weer uit de oven. De boer was intussen met zijn ossen aan het werk in het veld. Op zeker ogenblik liet hij zijn ossen staan en liep naar huis met de woordne: “Zijn jullie me nu aan het verbranden?” De pastoor heeft de boer overlezen en daarna heeft men zijn vel kunnen verbranden.
Bron
M. Houtmeyers, Leuven, 1957
Commentaar
1.6 Weerwolven
brabants (diest en omstreken)
320
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kaggevinne   
