Hoofdtekst
41 En dat hij op een andere plaats bij een boer, dat hij daar in dinge - dat was bij Stassen dan, zogezegd dan - daar was hij in de ‘vrij’ (= paardestal) geweest bij de paarden en toen hoorde hij een horloge tikken, maar hij kon ze niet vinden. Ze hing in een klomp. Weet ge wat ze vroeger ook deden? Als ze die vuren aan… Hier stond vroeger nog zo’n vuur, maar zo’n Engels vuur, maar.I Ah zo, ja.41 En daar had je ook van die … Dat oud huiske wat hier verder stond (= schuin tegenover het huis van de informante) met dat stro-dak, daar hadden ze nog een groot vuur en dan hadden ze daar zo’n ijzeren (ketting in hangen) en daar hing de moor aan, zo’n zwarte moor. Maar dan hadden ze daar een klomp hangen en daar hadden ze ‘spikskes’ (:= dunne houten stokjes) in, hé, stokjes gesneden. Dat was dan voor de pijp aan te doen wat ze hadden voor niet hoeven - dat deden ze aan het vuur aan - voor geen ‘zwengelkes’ (= lucifers) te gebruiken. Ja …
Beschrijving
In de stal van een boerderij hoorde de weerwolf een horloge tikken, dat hij niet kon vinden. Daardoor heeft de weerwolf het horloge niet kunnen stelen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (groot-riemst)
41D 543
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lafelt   
