Hoofdtekst
Mijn nichte, zij was ook betoverd, ze lei ossan lijk een planke in neur bedde, en neur vent ging naar de paters, en ze moste neur trouwring onder de zulle steken, en dat vrouwmensch die dat dei en koste niet binnen, zij kam een keer aan ’t venster: “Hoe is ‘t”, zei ze, maar ze kuste niet binnenkommen wè.En dat vrouwmensch hadde ook een kind betoverd, ze was bij de wiege geweest en dat kind en dei niet anders meer of schreeuwen. En ze gingen naar de paters en als ze naasden bij de paters, ’t kind kraaide van blijdschap dat ’t ging verlost zijn.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man ging naar de paters omdat zijn vrouw betoverd was. Nadat de vrouw haar trouwring onder de dorpel had gestoken, kon de heks die haar had betoverd niet meer binnen.
Diezelfde heks had ook een kind in de wieg betoverd. Omdat het kind daardoor de hele tijd huilde, ging men te rade bij de paters. Daar lachte het kind van blijdschap omdat het voelde dat het verlost zou worden van het kwaad.
Diezelfde heks had ook een kind in de wieg betoverd. Omdat het kind daardoor de hele tijd huilde, ging men te rade bij de paters. Daar lachte het kind van blijdschap omdat het voelde dat het verlost zou worden van het kwaad.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
194
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostcappel   
