Hoofdtekst
Stalkièssen dat kwam op vochtige gronden op en dat zettegen hem op hagen; en dat verzettegen hem. En een mens die ging naaien bij de mensen, en ze zeien ’s avonds: “We zullen meegaan.” “Ge moet niet meegaan, ’t kièsken zal mij wel lichten.” En dat zat in d’haag tegen dat ze kwamp. En asse thuiskwamp zegt ze dat ze bedankt was; en ze had ne keer geweest dat ze dat vergeten was van te zeggen en ze gaf ne poef op de deure dat de deure uit haar henkels (hengsels) vloog!
Beschrijving
Stalkaarsen zag men vooral in vochtige gebieden. Het waren lichtjes die op hagen gingen zitten. Een vrouw die ergens was gaan naaien, zei dat ze makkelijk alleen naar huis kon gaan omdat het kaarsje haar weg wel zou verlichten. Toen de vrouw aankwam, zat het kaarsje al in de haag. Bij haar thuiskomst bedankte de vrouw het stalkaarsje. Op een dag was de vrouw het lichtje vergeten te bedanken. Daarop sloeg het lichtje zo hard tegen de deur dat deze uit de scharnieren vloog.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
41
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
