Hoofdtekst
E, Georges, zij kam van een hofstee, ze waren zuiveruit geruineerd. De koeien waren ’s nachts buiten en ’t waren doornbusschen in nulder bak. En als ze in nulder bedde waren, z’hoorden daar de meulen draaien. Ze zagen nietend als ze gingen gaan kijken. De tolle stoeg op ’t hof en ze stoeg op ’t veurende (vooreinde) van nulder stik (veld) ‘t ende t’gas (gras) den dag daarvoren.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Op een bespookte boerderij in Haringe liepen de koeien 's nachts buiten rond en lagen er doornstruiken in hun voederbak. Wanneer de boer in zijn bed lag, hoorde hij de molen draaien, hoewel er niets te zien was.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (franse grens)
173
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
Plaats van Handelen
Haringe   
