Hoofdtekst
Den eerste keunink van de Sebastiaansgilde hier te Zullebeke was Pieter Herrebout, en je weunde tussen "De Jagers" en die 200 m. niemandsland, van de eersten wereldoorlog, en daar stond er een klein kasteeltje. Maar dat is van de jaren 1700 da’k nu klappe. Ewel, diene Herrebout leefde daar met ’n oude tante, en j’hèd die tante vergeven (vergiftigd) om daar te kunnen weunen met frans vrouwvolk, en ’t wos nogal ne bonvivant enè, en Warden Vuylsteke gaat nu nog niet afgaan om te zeggen dat daar spookte. Je zag daar olsan luchten ’s avens in dit vervallen doeningske, en der zweefden daar gedaanten rond, en der wos masse leven. En da hèd maar opgehouden van oe ze dat kasteeltje geheel plat geschoten hèn in den eerste wereldoorlog, want Zillebeke lag hier heel plat in ’14-’18.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
In de achttiende eeuw had een man uit Zillebeke een vrouw vergiftigd om met Fransen in haar huis te kunnen gaan wonen. Later spookte het in dat vervallen huis. Er zweefden gedaanten rond en men zag er 's avonds vaal licht branden. Dat gespook is blijven duren tot het huis tijdens de tweede wereldoorlog werd platgebombardeerd.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
169
Achttiende eeuw
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Fransen   
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
Plaats van Handelen
Zillebeke   
