Hoofdtekst
Beschrijving
Een man die met paard en kar op pad was, kreeg onderweg van de soldaten de opdracht om met de gewonden mee te rijden. Op de kar van de man lag een hesp. Eén van de soldaten sloeg het paard hard, maar de voerman durfde hem niet tegenhouden. Toen de voerman thuiskwam, riep hij zijn vrouw naar buiten om te komen luisteren naar mooi gezang dat in de lucht te horen was. De voerman en zijn vrouw herkenden de stem van één van hun buurvrouwen. Toen de man en zijn vrouw daarna terug naar de kar liepen, bleek de hesp verdwenen te zijn. Het waren wellicht heksen geweest, die zo mooi hadden gezongen.
Bron
A. Van Looy, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (haspengouw)
47
Omstreeks 1700
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Keerbergen   
