Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

JASPE0223_0223_11949 - Vrouw bezit toverboeken - Ze verwenst de mensen

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Mijn vriendinne die beneen woonde, haar Ma waste en strijkte witte tuiten (mutsjes) en ik gingen mee met haar die tuiten rond gaan dragen, en ze zegt tegen me: Jeanne, zegt ze, gauw, ga je mee met me naar Miete Delanghe en ‘k zeggen ik : ja ik. Ze woonde zij in dat zelfde huis waar dat me zeune (zoon) woont op de visserskaai. Kommen ik mee op die trappen met haar en al die kaarsen waren bezeig met branden en de deuren stonden open. En iedereen had benauwd van haar want z’had zij boeken en ze koste (kon) toveren. Maar m’n vent z’n zuster sliep bij haar, ’t was nog een jong meisje he, en ze deed nooit niks aan haar. Maar z’heeft zoveel andere mensen verwenst en kwaad gedaan. Ze had zij boeken he. - En ik van al die trappen - ‘k waren zere (vlug) weg wèje (hoor).

Beschrijving

In Oostende woonde een vrouw die toverboeken bezat. Iedereen was bang voor die vrouw omdat ze al zoveel mensen had verwenst.

Bron

J. Aspeslagh, Leuven, 1958

Commentaar

2.3 Toverboeken
west-vlaams (kamerlingsambacht)
277
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Oostende    Oostende   

Plaats van Handelen

Oostende    Oostende