Hoofdtekst
Daar was een vrouw en die had haar kind in een haag gesmeten en daar kwam ne man voorbij en die zijne hond die kwam met dat kind aangesleept en die had daar een hand afgebeten. Uit die haag kwam van toen af altijd een dwaallichske op en dat ging zo de straat over. Dat was niet gedoopt. En als ge zegde: "Ik doop u", dan kwamen ze met duizenden tegelijk op u af en dan moest ge zeggen: "Ik doop u alleen". Dat zieltje kwam terug om zich te laten dopen en als ge daar voorbijkwaamt dan kwam dat op u af om gedoopt te worden.
Onderwerp
SINSAG 0181 - Die getauften Irrlichter   
Beschrijving
Een hond had een kind een hand afgebeten. Toen het kind gestorven was, gooide de moeder het in een haag. Sindsdien kwam uit de haag altijd een dwaallichtje dat over de straat vloog. Wanneer men zei: "Ik doop u", kwamen er wel duizend dwaallichtjes aangevlogen. Omdat de zieltjes allemaal gedoopt wilden worden, moest men zeggen: "Ik doop u alleen".
Bron
A. Princen, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (tussen hasselt en beringen)
37
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kuringen   
