Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

IKENE0264_0265_6435 - Ondeugende jongen wordt aan de deur opgehangen

Een sage (mondeling), 1957

Hoofdtekst

Dien drosserd dien wij hier gehad hebben, dat was eigenlijk de juge van de streek hier en die moet geweldig streng geweest zijn. Als gij daar komt waar hij gewoond heeft daar op 't Hobos, dan kunt gij de ringen nog zien in de kelders waar hij de mensen aan gebonden legde. Die hij nie in de kelder sleurde, die hing hij allemaal op. De mensen, als ze nu iemand wisten die zich nie voegde, dan gingen ze naar hem henne en dan knapte hij dat zaakske op. Zo was er eens 'n vrouw en die kos met hare zoon nie onder de voeten uit, die wilde nie luisteren of niks nie en zij naar den drosserd. 'Mijnheer, ich kom eens vragen of gij eens nie wilt komen om mijne jong 'n berisping te geven, want dit en dat, hij wilt nie luisteren enz...' 'Ja, dat is goed, ich zal wel eens binnen komen.' En hij z'n voiture gepakt met e paar schoon paardjes voor en dan had hij daar altijd nog ne man of ettelijk bij zitten op ze wageske. 'Hier moet ge eens effen stoppen want hier moet ich eens effen binnen gaan' zei hij toen ze aan dat huis kwamen. Hij naar binnen. 'Awel, moederke, waar zit die deugeniet, hebt ge geen koord?' 'Jamaar, wat gaat ge doen?' 'Dat zult ge wel zien.' En hij bond die koort aan de deur vast en rond zijne nek en hij hing hem op. 'Jamaar, wat doet ge nu, waarom doet ge dat?' zei 't vrouwke. 'Gij zult er gene last meer van hebben, die zal 't niemeer doen' zei den drosserd en hij sprong zijn voiture in en hij was eweg. Zo lapte die dat. Gij kunt denken dat de mensen daar schrik van hadden. Hij hing ze allemaal achtereen eweg op die zich nie voegden.

Beschrijving

De drossaard die op het Hobos woonde, was berucht om zijn strengheid. In de kelder van zijn huis sloot de drossaard vaak mensen op, om ze daarna te laten ophangen. Een moeder wiens zoon altijd ongehoorzaam was, ging naar de drossaard en zei: "Meneer, ik kom eens vragen of u mijn zoon een berisping wil geven, want hij is ongehoorzaam". Toen de drossaard enkele dagen later met zijn paardenkoets onderweg was, stapte hij uit bij het huis van de vrouw en sprak: "Wel moedertje, waar zit die zoon van jou ? Heb je geen koord ?" De drossaard bond de koord aan de deur en hing de jongen op. "Ja maar, waarom doet u dat nu ?", vroeg het moedertje verschrikt. Daarop antwoordde de drossaard: "Nu zal je zoon nooit meer ongehoorzaam zijn!" en hij reed weg.

Bron

I. Kenens, Leuven, 1957

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (noord-west)
337
fabulaat
Mathijs Clercx werd geboren in Eksel op 4 december 1759. Hij studeerde bij de Paters Augustijnen in Diest en trouwde in 1787 met Aldegonde Cornelis, met wie hij tien kinderen kreeg. Het graafschap Loon omvatte sinds het einde van de veertiende eeuw zes ambten, namelijk: Loon, Bilzen, Montenaken, Stokkem en Pelt. In de zestiende eeuw werden Grevenbroek en Thorn daar nog aan toegevoegd. De graaf van Loon stelde in elk van deze ambten een aantal vertegenwoordigers aan, waaronder een 'drossaard'. Een drossaard had zowel militaire, administratieve als rechterlijke macht. Mathijs Clercx werd op 29 maart 1790 door de Pinsbisschop aangesteld als luitenant-drossaard van het ambt Stockheim. De voornaamste taak van drossaard Clercx was het uitroeien van de bokkerijders. Tussen 1794 en 1840 verbleef Clercx op zijn landgoed 'het Hobos'. De drossaard stond niet enkel bekend als de man die de bokkerijders had uitgeroeid, maar ook als een brutale, gewetenloze en onrechvaardige rechter, die vaak ongeoorloofd brutaal optrad tegenover iedereen die iets had mispeuterd.
(uit IKENE0247- 248)

Naam Overig in Tekst

Clercx    Clercx   

drossaard Clercx    drossaard Clercx   

Naam Locatie in Tekst

Neerpelt    Neerpelt   

Plaats van Handelen

Hobos (Eksel)    Hobos (Eksel)