Hoofdtekst
We woonden toen in de Franse Kroon. Da was toen een bekende café. Daar kwamen toen veel officieren van ’t Kamp. Alle avonden om 8 u. kwamen bij ons de honden binnengelopen. Ze hadden percies kettingen aan en ze liepen als paarden. Da had zo al nen helen tijd geduurd. Wij waren da zo gewoon dat we om 8 u. al zeeën: "Och, daar zijn ze weer."Toen werd mijn oudste zuster ziek. Ze had nen dikke buik. En den dokter zee dat ze wind in hare buik had en dat hij er weinig kon aan doen. Dat was zo gekomen. We waren in Korspel bij de Gul (St. Antoniusgilde). De gilde kwam samen in ’t café bij Lefèvre. Wij zaten daar op nen avond ons te warmen bij de stoof. Toen kwam er een oud wijf binnen, die bekend stond als een heks. Ze ging tussen het volk door tot bij mijn oudste zuster en ze zegt tegen haar: "Ge moet u maar goed warm houden, meisje." Sindsdien is ze ziek geworden. Later werd mijn ouder zuster ook ziek.Als we boter wilden maken kwamen er wel 400 maaikens op den doek. Toen werd nog een broer van mij ziek. Nu begon mijn vader slechte gedachten te krijgen. Hij zei tegen mijn ander broer: "Ga maar eens naar de paters." Toen mijn broer bij de paters alles uitgelegd had, zei de pater: "Ge moet daar zo nie aan geloven." "Ja maar", zei mijn broer, "ik geloofde daar nie aan, maar hoe kunt ge dat allemaal uitleggen?"Toen zei de pater: "’t Is hoog tijd dat ge gekomen zijt." Hij heeft stukskes van zijn kleed meegegeven, een heiligdom, en ook een pak koekskens. Alle dagen moesten we daar een stukske van eten. We moesten ook een noveen van negen dagen onderhouden. Den eerste dag moesten we negen paternosters bidden, den tweede dag nog acht en de laatste dag nog een paternosters. De negende dag van de noveen was er geen maai meer te zien, de honden bleven weg, en alles was genezen.
Beschrijving
In café 'de Franse Kroon' kwamen om acht uur 's avonds altijd honden met kettingen binnengelopen. De oudste dochter van de cafébaas werd ziek nadat ze tijdens een bijeenkomst van de St.-Antoniusgilde in Koersel een heks had gezien, die zei: "Je moet je maar goed warm houden, meisje!" Daarna had het meisje een gezwollen buik gekregen. Een tijdje later werd de andere dochter van de cafébaas ook ziek. Wanneer de mensen boter wilden maken, kropen er wel vierhonderd maden over de tafel. Toen één van zijn zonen ook ziek werd, stuurde de cafébaas een andere zoon naar de paters. Nadat de geestelijke had gezegd: "Je mag daar niet in geloven", gaf hij een stuk van zijn kleed mee en een pak koekjes waarvan de zieken elke dag een stukje moesten eten. De mensen moesten ook een noveen bidden. Op de eerste dag moesten ze negen paternosters bidden, op de tweede dag acht, enzovoort. Op de negende dag waren de zieken genezen. Bovendien waren ook de maden verdwenen en kwamen de honden 's avonds niet meer binnen.
Bron
C. Ooms, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (beringen en omstreken)
374
memoraat
Naam Overig in Tekst
Sint-Antoniusgilde (Koersel)   
café 'de Franse Kroon' (Beverlo)   
Naam Locatie in Tekst
Beverlo   
Plaats van Handelen
Koersel   
