Hoofdtekst
Die smid maakte ijzer 's avonds. En hij maakte van drie oude ijzers twee nieuwe. Dat is wel zestig jaar geleden. En op zekere keer toen ze bezig waren, komt er daar een grote hond in de smidse. Hij nam zijn hamer en smeet naar die hond, maar hij wilde daarna voortdoen en hij trok zijn ijzer uit het vuur, maar 't was nog te koud... maar twee minuten later was het verbrand. En hij heeft het moeten opgeven. Dat was ook toverij.
Beschrijving
Een smid die ’s avonds aan het werk was, zag een grote hond binnenkomen in de smidse een gooide zijn hamer naar het dier. Even later nam de smid zijn ijzer uit het vuur en stelde vast dat het ijzer nog niet warm genoeg was. Twee minuten later was het ijzer verbrand. Dat was toverij.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
oost-vlaams (zuiden)
128G
Omstreeks 1915
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederzwalm   
