Hoofdtekst
‘k He van Osschaart nog gehoord dat hij in de weie liep tussen de andere peirden lijk een peird hé. ‘k Hem gehoord danze hem uit de weie haaldigen en hem aanspandigen (inspannen) en d’er een hele partije bij (mede) ploegdigen. En dat ze dan zeien ’t sanderendaags dat dat stuk weer ommelag. Maar d’er zijn d’er ook die d’er mee geploegd hen maar eerst een krusse in ’t land ploegdigen en dat het dan geploegd bleef.
Beschrijving
Osschaart veranderde zich soms in een paard en liet zich dan voor de ploeg spannen. De volgende dag stelde men vast dat een deel van het veld niet geploegd was.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
86
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Osschaert   
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
