Hoofdtekst
Dan is do nog een geval geweest in den tijd dat me vader vrijde in Munster. Dat er op zekeren dag passeerde in het Wegenstraatje. Do was een klein hooimijt en maar lopen en lopen rond die hooimijt en maar hijgen. Dat was iets, dat had een ketting aan hem maar vader durfde niet zien gaan wat dat was. En dow haalde er de riek en er vinkelde (hard slaan) do op en het was wei (gelijk) 'n grote hond en en er liep vurt. Maar enige dagen daarna was het weer hetzelfde e beetje weijer (verder). Vader pakte de riek en er gooide no hem en 's anderendaags lag do bloed. De lui dachten dat het ene weerwolf was.
Beschrijving
Een man werd in het Wegenstraatje gevolgd door een grote hond met een ketting. De man sloeg het beest met een mestvork. De volgende dag lag op die plaats bloed op de grond. De mensen vermoedden dat die hond een weerwolf was.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (bilzen)
511
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Munsterbilzen   
Plaats van Handelen
Wegenstraat (Munsterbilzen)   
