Hoofdtekst
Henri Verstraete j’had te verre gelezen in de boeken en je (hij) kwam van z’n werk en in ene keer je wierd achtervolgd van de roodkapjes (kabouters) en ze gingen mee tot aan z’n deure . ’t wWaren d’r zovele, een gehele bende. “Wèrje (spoed u) moeder, zeiten (zei hij), doet de deure toe, wèrje”, en z’n moeder zag niet (niets). J’ (hij) had ze hij gevraagd he in de boeken.
Beschrijving
Een man die te ver had gelezen in een toverboek, werd begeleid door roodkapjes (kabouters) wanneer hij terugkwam van zijn werk. Bij zijn thuiskomst riep de man: "Haast je, moeder, doe de deur dicht!" De moeder kon de kleine wezentjes niet zien.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (kamerlingsambacht)
32
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Middelkerke   
