Hoofdtekst
To mijn vaders vadre, Freden Hollebeke, zet d’r alten een luchtje in de meersen. En o j’ daar naar stoend te kijken, kwam da luchtje alten nadre en ’t zette hem ip de doornhage. En je was pertank (nochtans) gene schuwen, maar ton was t’ ie zo schuw da z’n klakke (pet) in de lucht goenk.
Beschrijving
Een man zag in een moeras een lichtje dat alsmaar dichterbij kwam en op de doornhaag ging zitten. De man was een dappere kerel, maar op dat moment stonden zijn haren recht omhoog van angst.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (o van houtland)
46
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
