Hoofdtekst
I -En over de weerwolf, kunt ge dat nog een keer vertellen?39 H’ -Wel van dat berevel hé, dat ze met een berevel op hulder liepen hé voor de mensen schou (bang) te maken hé, ze sprongen op de mensen hun rug en ze moesten haar dragen.12 -En ze zaten altijd in hun oren te toeten (van de slachtoffers).39 -Hoehoehoehoe, riepen ze altijd. Daaraan hoorden de mensen dan ze afkwamen hé en ze sprongen op die mensen en ze deên (deden, lieten) zich dragen hé. Mensen ôn (hadden) d’er schrik af hé, ja.12 -En in die waterput daar aan Pietje Freds hé, hê’k (heb ik) mijn moeder nog horen (vertellen), ene die ook een weerwolf op zijne rug ôt (had) en hij hêt (heeft) hem vastegehouên (vastgehouden) tot aan de waterput en hij ôt (had) er hem daar ingezwierd.
Onderwerp
SINSAG 0252 - Plagegeist lässt sich tragen   
Beschrijving
Vroeger gebeurde het soms dat een grapjas met een berenvel rondliep en zich door voorbijgangers liet dragen. De farceurs riepen de hele tijd: “Hoehoe”, zodat men hen kon horen aankomen.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
39H'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
