Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0140_0140_33212

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

In ons geburen, moest er een koe kalven; en de zone was 17 jaar, en hij ging ne keer buiten, maar hij zag daar ne klaaghond, en hij had schrik hein, en hij was binnen gelopen, en aan zijn vader zegt hij: “We gaan naar de pasterije”. Maar die koe lag ondertussen in de kribbe en mee haar benen omhoog. De paster is dan gekomen en de koe heeft dan gekalfd en ’t kalf was goed. En dat staken z’ook op een vrouwe. Daar was ons vader bij.

Beschrijving

Op een boerderij waar een koe moest kalven, zag de boerenzoon buiten een hond lopen. Hij werd bang en sprak tot zijn vader: “We gaan naar de pastorij”. Op dat moment lag de koe al met haar poten omhoog in de kribbe. De pastoor is ter plaatse gekomen en het kalf kwam gezond ter wereld.

Bron

M. Van Der Linden, Leuven, 1964

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
367
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Steenhuize-Wijnhuize    Steenhuize-Wijnhuize