Hoofdtekst
Haar vadre was ook gardesas (jachtwachter) en hij ging ne keer naar ’t Bloksgoed en ot (als) hij daar komt da wijveken lag dare in de gracht langst de strate. Hij zegt er niets tegen en doet zijn ronde en hij komt aan de Misere (wijk in St. Joris) en ’t lag ginter ook. En ’t had al een heel legre (bed). Zo ’t moest eral een poze gelegen hen en da was toch een half ure verscheen (van elkaar). Da was ook spokerije en da was ook Vicaatje.
Beschrijving
Een jachtwachter die naar 't Bloksgoed ging, zag onderweg een vrouwtje in de gracht liggen. De wachter zei niets en liep door. In Misere (1) zag de jachtwachter datzelfde vrouwtje in een bed liggen. Die vrouw moet een toveres zijn geweest.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
333
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bloksgoed (Sint-Joris-ten-Distel)   
Misere (wijk in Sint-Joris-ten-Distel)   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Joris-ten-Distel   
