Hoofdtekst
Patjakke wunde in ’t weegje (weideke) van Bussches, den dien was daarvoren bekend. Hij kuste alles met zijn boeken. En mijn moeder hield dan nog winkel en herberge en ze zeien: “Patjakke is daar, me gaan moeten stille zijn”!Maar ze waren bezig met pap eten en nulder lepel vroos in nulder talloore (bord). Maar zieder zeien nietend en Patjakke zei ook nietend en als ’n gepasseerd was, dat dooide weere. Maar ’t ging niemand durven over Patjakkes stikken gaan.
Beschrijving
In Haringe woonde een tovenaar voor wie iedereen erg bang was.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (franse grens)
365
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Haringe   
Plaats van Handelen
Haringe   
