Hoofdtekst
I -En waren daar zo geen middels voor tegen die maar? Ik zou dat subiet een keer aan uw vrouw willen vragen, want soms zeggen ze dat ge uw pantoffels gekruist moest zetten onder uw bed (dit laatste zei ik stiller opdat informante 26 het niet zou horen en beïnvloed zou worden op voorhand, zij was namelijk even weg uit de woonkamer)25 -Ja ja dat is een beetje superstitie, (en tegen zijn vrouw die net weer binnenkwam zegt informant 25:) hebben ze dat nog gezegd dat ge uw sletsen overeen moest zetten?26 -Ja (stil).25 -Dat heb je mij van je leven niet verteld ze!26 A’ -Ja ja dat wierd gezegd thuns (toen) en ik heb dat een hele tijd gedaan ook (half lachend).(Haar man en mijn vader lachen ook)I -Maar ja, ge kunt het beter doen en u gerust voelen dan...II -En wat was het ander middel dat ge zei?I -Ja, d’er waren nog middels van dat ge in een flesje moest plassen en daar goed een stop op zetten en dat hielp ook naar het schijnt.25 -Zeg, voor een vrouw in een flesje te plassen, dat was ook zo gemakkelijk niet! (lacht)II -En voor uw pantoffels zetten hoe was dat weer?25 -Ah, gekruist.I -Ge moest dat kruisen.II -Ah maar ook dat ge moest ...I -En dat waar ge uwen voet instak dat moest naar het bed gedraaid zijn anders kon het kwaad erin kruipen. Hebben ze dat nooit gezegd?26 -Ah ja, kijk ik deed , het is echt waar ze kijk ik lei ze zo opeen (informante 26 legt haar pantoffels gekruist over elkaar en met de zool naar boven), maar daar en keek ik toch niet naar ze (dat ze met de hiel naar het bed gericht stonden). Awel, ge zoudt erop lachen, maar ons Elsa heeft dat ook een keer gehad als ze nog thuis was en ik vertelde haar dat ne keer hé en ze (de maar) had dezelfde hoed op van bij mij. Ik weet nog altijd goed hoe ze eruit zag, het was een vrouw hé en ik weet nog altijd goed wat (welke) hoed ze ophad, dat dat zo, allez ...25 -Op u ...I -En hoe zag die vrouw eruit? Hoe was ze gekleed of zo?26 -Ah, dat weet ik niet ik weet alleen van haar hoed. Allez, maar ik ben er feitelijk toch niet goed van geweest ze, ja ik was d’er ...II -Ah maar d’er zeggen d’er dat nog ge zijt de enige niet ze! 25 -Awel, dat heb ik nooit niet horen vertellen!26 -Awel, en dat was raar hé want ik heb gezegd aan heur (jullie) Clarisse gezegd ik ga het zeggen gelijk ons Clarisse het zei, ons Clarisse zei : “Ge zou beter thuisblijven” heeft ze tegen u (Albert) gezegd. (Er wordt gelachen) II -Daarmee kon gij niet meer gaan kaarten (lachend tegen informant 25)!25 -Nee!
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men zijn pantoffels gekruist naast het bed zetten met de zolen naar boven gericht.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
26A'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
