Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij kwam altijd een vrouw een boterham vragen. Omdat de mensen altijd ongeluk hadden, vroegen ze de pastoor om het varkenshok en de stallen te overlezen. Toen de geestelijke dat deed, rolden de zweetdruppels van zijn gezicht. De geestelijke gaf de mensen de raad om een noveen te doen en om negen dagen lang aan niemand iets te geven of uit te lenen. De volgende dag kwam diezelfde vrouw weer een boterham vragen. De boerin beweerde dat ze geen brood had, maar ze was op dat ogenblik wel de boterhammen voor haar man aan het smeren. De vrouw antwoordde: "Je bent bij de pastoor geweest en je hebt mij van iets kwaads verdacht!" Omdat de boerin bang was, riep ze haar man. De man gooide de vrouw buiten en legde paasnagels onder de trap.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (zuid-west)
6E
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beert   
