Hoofdtekst
Zoewe was er eens een heks inne gebure bij ons en die had ne huwbare zoon en do rechtover woonde een maske en die zou da goe bij gepast hemme veur te trouwe he. Ma ja hoes gaat da ge kunt gij ook nie trouwe mee alleman he juffra, da verstaare gij goe genoeg he. Jo en da maske had do nu geen goesting in. En nu wier da maske ziek en vol zwere he juffra, helegans vol. Want da was een schoon maske. Ma nu stond die helegans vol zwere jo en dikke borste dat die kreeg. Jo want ik kwam do dikkes zanne want ze hee no mij nog een medalleke gegeve en een kaart hee ze ook gestuurd van Lourdes no. Want ze zijn do veul veur gegaan na die heks had do de hand aan he. Want zij is do van gestorve en toen ze dood was, was dat allemaal gedaan, toen gink dieje schurft do zoe schoon af he, dat is toch wel dat die heks do de hand aan had eh, juffra, jo jo da zeg ik ook.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Vorst woonde een heks die een zoon had. De heks wilde graag dat het buurmeisje met haar zoon zou trouwen, maar het meisje wilde dat niet. Een tijdje later kreeg het meisje overal zweren en werd ziek. Toen het meisje gestorven was, werd haar huid merkwaardig genoeg weer gezond.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (grensgebied kempen-hageland)
323
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vorst   
Plaats van Handelen
Vorst   
