FBECK0209_0210_241 - Spookhuizen
Een sage (mondeling), 1947
Hoofdtekst
Hier onder op de 'winning' van de pachter gebeurde van alles vroeger. Die is nu nieuwgebouwd. Mijne pa woonde daar en de paardsknecht was de oude Pieter Piekes. Mijne pa was naar Millen-kermis geweest en toen hij terugkwam was het klare maneschijn en van aan de poort zag hij een man in zijn hemdsmouwen op de deur van de paardenstal liggen. Pa dacht dat het Pieter was en hij ging binnen maar daar lag Pieter te slapen dat hij snorkte. Hij maakte hem wakker maar Pieter wist van niets, toen hebben ze de hele paardenstal afgezocht, ge kunt niet weten, het had een schelm kunnen zijn, maar ze zagen niemand meer. Pieter heeft me dat ook zo verteld. Ze werden daar 's nachts dikwijls wakker, dan hoorden ze de paarden briesen en tempeesten en hun manen waren heel verstrengeld. Ze stonden dan op en dan zagen ze dat er een vreemd paard in de stal was. De paardsknecht klopte eens op de paarden om ze te kalmeren en ook op 't vreemde paard, ''t zat goed in 't vet en 't had een schone ronde kont' hoor ik hem nog zeggen. Dat viel dikwijls voor maar elke keer 's morgens was het vreemd paard weg. Op de zolder lagen 'foemen' en 's nachts was het of ze daarmee zaten te kegelen, rrrr, rrrr, zo ging dat de hele nacht, maar 's morgens lagen ze weer schoon op een hoop. En de koeien werden ook losgelaten in de stal en dan stonden ze daar met de staart aaneen gebonden. Toen heeft de boer een pater gehaald in Tricht (Maastricht) en die heeft het spook doen weggaan en hij zei: 'Hier zal geen steen op de andere blijven' en dat is uitgekomen. Het spook heeft maar eens iemand van het volk aangeraakt. De 'maagd' die met de knecht getrouwd was kroop eens op de hooischelf en toen pakte haar daar iets en ze draaide 'haar' op de slag om maar daar was niemand meer.
Beschrijving
Een zekere Reynders werkte samen met Pieter Piekes als knecht op een hoeve. Toen Reynders op een nacht terugkwam van de kermis in Millen, zag hij boven op de deur van de paardenstal een man liggen. Reynders dacht dat het Pieter was, maar toen hij naar binnen ging, vond hij Pieter slapend in zijn bed. Samen zijn de twee knechten de paardenstal gaan onderzoeken, maar er was niets vreemds meer te zien. Het gebeurde ook vaak dat ze de paarden 's nachts hoorden briesen omdat er een vreemd paard in de stal stond. 's Ochtends was het vreemde paard weg, en waren de manen van de andere paarden helemaal verstrengeld. Ook de staarten van de koeien waren 's morgens soms aan elkaar gebonden. Op een dag kroop de vrouw van Pieter op het hooi, toen ze voelde hoe iemand haar op de rug sloeg. De vrouw draaide zich om, maar er was niemand te bespeuren. Reynders en Pieter Piekes hoorden 's nachts ook soms vreemde geluiden op de zolder, alsof er gekegeld werd. Uiteindelijk heeft de boer een pater van Maastricht laten komen, die het spook heeft doen verdwijnen door te zeggen: "Hier zal geen steen op de andere blijven." Sindsdien bleef het rustig op de hoeve.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947