Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI0468_0469_32182

Een sage (mondeling), woensdag 15 april 1998

Hoofdtekst

I -En wat moest ge doen als ge een heks tegenkwam? 22 S -Een kruisje maken! Ik ga eerlijk zijn, als wij bij Leonie passeerden, maakten wij ons een kruisje, als we aan het slibbergat passeerden, maakten wij ons een kruisje. En ben maar beginnen beseffen dat dat zever was van het slibbergat, allez, ze had een keer, Stanse, ze noemde Stanse, Hortance, Stanse en ze ôt (had) een keer, ze was haar geld kwijt, zo ja, dat was een gehucht, dat was een heel gehucht, daar staan nog altijd geen huizen op, en dat was een gemeente op zijn eigen zo al, iedereen kende iedereen en ja, “Aiai, Stanse uit slibbergat is haar geld kwijt, jongens toch, ze hebben daar ingebroken, ze hebben gestolen.” Allez ze (hoor). Maar nu, en dat kwam niet uit dat geld, waar zat dat geld? Dat zat in een doosje, haar geld zat in een doosje, haar geld zat in een doosje, maar ze had nu een klokhen, ze ôt (had) een klokhen gezet, met, op twaalf eieren en ze ôt (had) per malheur was dat geld, dat doosje met haar geld ôt (had) ze ook in die nest gelegd. En dat was dan uitgekomen en dan, wij waren dan al kind, maar dan begonnen wij te beseffen : dat is allemaal niet meer waar hé.I -Dat het dus eigenlijk ...22 -Maar ikzelf heb lang schou (bang) geweest van alhier af te gaan hé, want hier in het Hof te Wassenhove daar waren daar twee meisjes waar dat ik, ‘s zondags speelden wij bijeen en ik, maar ik zou nooit met donkeren of ‘s avonds aldaar afgetoren (langs daar naar beneden gedurfd) hebben, nooit hé!I -En alwaar ging ge dan?22 -Wel ja, we gingen wel al daar, maar als het klaar was, maar nooit en we moesten dan naar Leeuwergem naar de mis gaan allez, dat was allemaal Leeuwergem hier, geestelijk Leeuwergem en dat was mis in Breivelde, maar ge moest in Leeuwergem begraven worden. Dat was vroeger zo hé, en de mis was gedaan en mijn grootouders, ons vader ging met ons mee naar daardoor, en ons moeder, d’er was niemand die dat geiren (graag) ôt (had) dat we daar passeerden of dat we hier passeerden, bij Leonie passeerden. En wij ôn (hadden) hier een weide, een mes en we moesten onze koeien al daar leiden, maar we zouden nooit alleen gegaan hebben hé. Maar die vrouw is dan gestorven, ja, dat is dan veranderd hé, ja.I -Ja, dan is het vergeten of zo, een keer dat ze dood was of zo.22 -Ja, maar ik ben dat dan kwijt geweest van Leonie, ge weet wel.I -En die Stanse was dat ook een heks? Allez, wierd dat gezegd van die Stanse?22 -Ja, dat wierd ook gezegd.I -En weet ge nog hoe dat die in het echt heette of?22 -Wat?I -Hoe heette die Hortance in het echt?22 -dat ik het niet meer en weet ze, we zeiden wij Stanse uit ‘t slibbergat.I -Stanse uit ‘t slibbergat. (lach, de informante lacht ook.)22 -Dat was zo een dikke, ja, dat was vroeger zo, een rok met een jak aan, een bloes dat was een jak thuns (dan) hé, zwart zo, met een toep, zo’n vuil vrouwtje, allez ja.I -En waren d’er nog andere middelen om een heks af te weren of zo?22 -Nee, maar dat was al, “Maak u een kruisje” zei ze ons moeder. Ze konden daar niet tegen hé.I -En hebt ge nog gehoord van aflezers? Kent ge er daar nog?

Beschrijving

Als de kinderen voorbij het huis van een heks moesten, maakten ze altijd een kruisteken om zich te beschermen tegen het kwaad. Later beseften ze wel dat de praatjes die over die vrouw de ronde deden, kant nog wal raakten.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
22S
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Grotenberge    Grotenberge