Hoofdtekst
Paul hier uit de strate woonde in de brik vroeger, dat was vroeger zo’n smalle garre (slop), nu een schoenmaker, nevens café Gent en as ten (als hij) ’s avondt te twaalven naar huis durfde komen, ’t zat daar een zwarten hond voor den ingang van de garre. En altijd juiste te twaalven he en ton (dan) verdween ten (hij) in ene keer. Maar Paul had nooit durven binnengaan, je was veel te benauwd van dien hond. Da was ook etwa (iets) raars. En anders zag je dien hond nooit. Juiste ten twaalven ’s nachts.
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Een schoenmaker die 's nachts naar huis kwam, zag om twaalf uur altijd een zwarte hond. Even later verdween het dier.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
97
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oostende   
