Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PVAND0245_0245_26968 - De duivels helpen bij de boeren

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

’t Was daar ne jongen en je was ipgebracht bij twee gebroers, twee jonkheden, en dedie hân de galgejongen. En da zat in een dozeke. ‘k Kanne da best vergelijken met n’een duizendpoot, en ze moesten een sneetje geven in ulder ne pols en die galgejongen moesten bloed hèn. En die beestjes waren rood van vel ip ulder ne rugge. O z’ip ulder sterfbedde lagen, hèn ze ze afgestaan aan de paters van Drongen en die jonkheden hân boeken ook. Maar die paters hèn alles meegepakt. En daardoor hân ze ne speciale macht, ne tovermacht en ook de macht van de voorspellinge. En da zat in de familie, van vader ip zeune, bij mannevolk allene. En da waren rappe mensen van z’hèn hier den eersten velo gemaakt. Da was Stantje Coene ip Ruiselede. En ’t hèn d’r daar stijf vele geweest voor die galgejongen t’hèn, maar z’hèn ze nie willen afstaan, tenzij ip ulder sterfbedde.

Beschrijving

Als men op een boerderij veel werk had, liet men de duivels komen. Men moest dan wel zorgen dat men voldoende werk had. Als er geen werk meer was, goot men een zak lijnzaad leeg in een houtmijt. Men moest de duivels werk geven, want anders werden de personen die hen hadden opgeroepen, meegenomen.

Bron

P. Vandewalle, Leuven, 1968

Commentaar

3.1 Duivels
west-vlaams (o van houtland)
496
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zwevezele    Zwevezele