Hoofdtekst
Mijnheer Bouckaert kwam ‘ne keer met zijn voituurke langs de strate gereden en der stonden twee mensen op ’t land te werken.En den één zegt tegen den anderen: "’k Ga mijnheer Bouckaert ’n farce lappen." – "Ja", zegt den anderen, "hoe gaat gij dat doen?" –"’k Ga doen dat hij niet meer voort en kan, en dat hij verstelt met zijn peerd." En als hij daar kwam, zuuste alzo! Zijn peerd wilde niet meer vooruit, hij koste niet meer weg! Peinst Bouckaert: "’t Is hier één van de twee die mij ’n farce lapt." En ook niet dom zijn, vraagt Bouckaert aan die twee: "Vrienden, wilt ge mij ‘ne keer helpen, mijn peerd refuseert." –"Ach ja!" Ze waren content. En zegt ie: "Wilt ge mij in gang steken?" – "Ja!" Ze pakten die karre vaste van achteren en ze steken er aan. En hij zegt: "Ju!" tegen zijn peerd en ’t was weg.En als hij ’n vijftig meters verre gereden was, zegt ie tegen die mannen: "Mensen, ge zijt wel bedankt van mij dat plezier te doen, ‘k benne nu toch were op de bane."Maar ’t was één, den dien die ’t hem gelapt had, den dien bleef aan de karre plakken, hij koste er niet af en den anderen wel!En Bouckaert liet hem viere-vijfhonderd meters verre meelopen met ’t peerd. En als hij zag dat hij moe was, dat zijn tonge op zijne herte hing van lopen, stopte Bouckaert. En zegt ie: "Mijne vriend", zegt ie, "’t is goed, ge mag nu were naar uw werk gaan." En hij was verlost.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een veearts die kon toveren, reed met zijn paardenkar over een weg waarlangs twee mannen op het veld aan het werk waren. Eén van de mannen besloot de veearts een poets te bakken en hij zorgde ervoor dat de paarden niet meer voort konden. De veearts vroeg de twee boeren om hen een handje toe te steken. De boeren gaven de koets een duw, waardoor de veearts weer voort kon. De man die de grap had uitgehaald, bleef echter aan de koets plakken, zodat hij wel vijfhonderd meter met de paarden moest meelopen. Toen de man aan het einde van zijn krachten was, sprak de veearts tot hem: "Het is goed, je mag nu weer naar je werk gaan".
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
439
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Anzegem   
