Hoofdtekst
30A’’’ Daar hadden ze dat het hardste, in dat hoekse dat tegen het einde van dat groepje huizen staat. En daar woonde dan echt geen heks. De heksen dat was op een ander, want de ene woonde tegen de Schoonderbeukenbaan en de ander woonde ginder dan, tegen de grote… Tegen die baan die daar naar Rillaar gaat. Want het staat er nog, het huis, maar dat is helemaal vervallen.x Maar dat huis staat er nog?30A’’’ Dat huis staat er nog, ja.x En waar?30A’’’ Dat is van iemand anders geworden en die hebben dat ook maar laten doen. En dat is helemaal vervallen.x En in welke straat staat dat? 30A’’’ Tegen die baan die van die grote baan ginder zo naar de autostrade gaat.x Ja. En daar. 30A’’’ En daar kan je langs gene kant af, langs gene kant van de baan.
Beschrijving
In Rillaar stond een vervallen huis waarin een vrouw woonde, over wie men vertelde dat het een heks was.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
30A"'
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   
Plaats van Handelen
Rillaar   
