Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

RCELI0309_0310_884 - Nolleke V.G. en galgenhumor

Een sage (mondeling), 1954

Hoofdtekst

Toen ze Nolleke naar de galg leidden - ik geloof dat ze die opgehangen hebben tussen Opitter en Opglabbeek, maar dat weet ik toch niet zeker - toen hadden ze hem op 'ne wagen zitten, met twee paters langs hem. Die zegden: 'Nolleke, bekeer dich.' 'Nein', zei het. 'Nolleke, daar zitten meer duivelen op de kar, als den eerdboom (aardbodem) kan laten.' 'Daar ligt mij niks aan, ik bekeer mij niet', zei Nolleke. Ze brachten hem naar de galg: 'Nolke, bekier dich.' 'Nein.' Ze leidden hem boven en hij had een eerden pijpke in de muil met een mutske op. 'Stoot maar af in duivelsnaam', zei Nolke, 'dan ben ik om twaalf uren bij Lucifer op de middag.' Maar hij viel door de koord henen, en medeine stond hij weer recht en hij zei: 'Met de kloterij zou me mijn pijpke nog uitgaan.' En hij heeft zich niet willen bekeren, toen hebben ze hem zo kapot gemaakt.

Beschrijving

Nolleke werd op een wagen door twee paters naar de galg tussen Opitter en Opglabbeek geleid. Onderweg spraken de paters tot Nolleke: "Bekeer je toch, want op je wagen zitten meer duivels dan de aardbodem kan dragen". Hoe de paters ook bleven aandringen, Nolleke weigerde om zich te bekeren. Toen Nolleke met zijn aarden pijp in de mond naar de galg werd gebracht, zei hij: "Hang me maar op in duivelsnaam, dan ben ik tegen de middag nog bij Lucifer". Op het ogenblik dat Nolleke werd opgehangen, brak de koord echter, waardoor de man meteen weer rechtstond met de woorden: "Door al dat geknoei van jullie zou mijn pijp nog uitgegaan zijn!"

Bron

R. Celis, Leuven, 1954

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Nolleke van G.    Nolleke van G.   

Lucifer    Lucifer   

Naam Locatie in Tekst

Beek    Beek   

Plaats van Handelen

Opglabbeek    Opglabbeek   

Opitter    Opitter