Hoofdtekst
Een oude vrouw, een zandleurster, vertelde me dat in de Zeept een grote paal staat in blauwe steen. Daar staat in een taal die genen enkele mens van Rijmenam kan lezen, dat er onder die paal een schat begraven ligt. Op die paal staat een kerk getekend. Er waren eens twee gebroers in Rijmenam, de Gobbers, en die gingen de schat zoeken. Dat is heel moeilijk want dan moogt ge de hele tijd geen woord spreken. Den ene van de Grobbers had twee meter gegraven en stond in de put en vond de schat. Van danig plezier dat hij hem gevonden had, riep hij naar boven naar zijn broer: "Ik heb hem!" Maar omdat hij gesproken had, zakte de schat dieper en dieper de grond in. Sedertdien zijn de Gobbers zot geworden en spreken ze tegen gene mens meer.
Onderwerp
SINSAG 1266 - Das Heben des Schatzes. Schatzhebung misslingt, wegen Verletzung des Schweigegebotes.   
Beschrijving
Een oude leurster vertelde dat in de Zeept een grote zuil in blauwe steen stond. Op die zuil stond in een onleesbare taal geschreven dat daar in de grond een schat begraven lag. Op de zuil was een kerk getekend. Twee broers uit Rijmenam besloten naar de schat op zoek te gaan. Dat was heel moeilijk, want tijdens zo'n onderneming mocht men geen woord zeggen. Toen één van de broers twee meter had gegraven, vond hij de schat. Hij was daardoor zo blij, dat hij naar zijn broer riep: "Ik heb hem!" Omdat hij het zwijggebod had gebroken, zakte de schat echter dieper en dieper de grond in. Daarna zijn de twee broers gek geworden en spreken ze met niemand meer.
Bron
L. De Wit, Leuven, 1956
Commentaar
4. Historische sagen
antwerps (mechelen en omgeving)
395
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
Plaats van Handelen
Zeept   
Rijmenam   
