Hoofdtekst
Ik kom op den hoek van den boomgaard en ‘k ben daar gelucht, ‘k zag mijn skouwe. ‘k Ga voort, ‘k peize: "dat en is niet." ‘k Ga naar de poorte van ’t hof toe en ‘k zie weer mijn skouwe bij die ring (van de poort). ‘k Was nie benauwd. ’s Nuchtens sta ‘k op en ‘k moeste gaan werken met Sidonie en ‘k vertelde’t. Z’had leute, z’had ’t al dikwijls gezien. "Is ’t waar, heb je een keerske gezien? Dat en is geen rarigheid, dat komt uit de wei". In de kelder wilde niemand gaan want ’t spookte daar. Moeder van Puttens’ hof zag ’t luchtje honderde keers.
Beschrijving
Een man die naar huis wandelde, raakte verdwaald bij het zien van een dwaallicht. De man dacht altijd dat hij de schoorsteen van zijn huis zag, maar dat bleek even later toch niet het geval te zijn. Dwaallichtjes kwamen uit de weide.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (zuiden)
14
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zwevegem   
