Hoofdtekst
De bokkerijders komen 'snaachs altaid ungestoten. Ze reden heel rap en zoeten op bokken. Veuraleer zjei van de sjrik bekomen woart, woaren ze al weer voert. Ze stoelen heel veul bij de minsen, woa ter netuurlijk fel sjrik voan hoanen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders waren rovers die 's nachts door de lucht vlogen op een bok. Omdat de rovers overal kwamen stelen, waren de mensen heel bang voor de bokkenrijders.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (borgloon)
114
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heers   
