Hoofdtekst
Heks (Toke van Est) geeft stuiphoorn en kind geneest van de stuipen.Maar weete wa'k gedaan heb? Mijne kleine heeft ook de stuipen gehad hè en toen zeiden ze tegen mij: "Ik heb daar horen van klappen, van Toke van Est van Vorst, in Vorst." Awel, en daar woonde Toke van Est en die was 101 jaar geworden en die had ne stuiphoorn. En da was in nen doek gedraaid gelijk ne koeihoorn, zo krom hé. En als ge da bij 't kinneke legde dan ging dat over. Da zeiden ze ook van da dat een heks was. Maar weete wa'k ook horen zeggen heb? Als ge nu een kinneke had da de stuipen had en ge legde aan de voetekes, aan de bal van 't voeteke, jonge duiven, die nie uitgevlogen waren, of onder de oksels van den arm hè, dan gingen de duiven dood en 't kinneke was genezen. Want ze zei zo: "Maria, als ge hem nie meer moet hebben, dan moete hem terugbrengen, want ze geven hem van den éne naar den andere en dan is hem verloren. Maar per toeval hebben ze hem gisteren teruggebracht." En ik heb hem meegenomen. En Charel dieje gelooft dat ook nie, dieje zit hier ook. Zo vanalles vertelden ze vroeger. Die Toke van Est, die woonde in Klein-Vorst en ik moest ze nie betalen, maar ik moest hem wel terugbrengen, want anders ging hij verloren. En als onze Jos genezen was, heb ik hem teruggedaan. Den hoorn moest in 't beddeke leggen en de duiven moeste onder de oksels leggen. En de duiven waren dood, die pakken de stuipen over. En Charel lacht daarmee, maar 't is echt gebeurd. En Charel zei: "Gij zijt zot!" En ik zei: "Charel, da's nie waar, onze Jos had de stuipen en hij is nu zeventig jaar. Zodus, ik zal 't wel weten hè." En ge moet daar in geloven hè! Ik bid nog alle dagen, voor da'k in het bed gaan liggen, maak ik een kruiske."
Beschrijving
Een moeder wiens kind de stuipen had, ging naar een vrouw uit Vorst, die een 'stuiphoorn' bezat. Die vrouw is wel honderd en één jaar geworden. Als men die hoorn bij het kindje legde, dan genas het.
Over die vrouw vertelde men dat het een heks was.
Als men bij een kind dat stuipen had, jongen duiven legde, dan zouden de duiven sterven en het kind zou genezen. Het moesten duiven zijn, die nog niet waren uitgevlogen. Men moest ze onder de oksels of bij de voetjes van het kind leggen.
Over die vrouw vertelde men dat het een heks was.
Als men bij een kind dat stuipen had, jongen duiven legde, dan zouden de duiven sterven en het kind zou genezen. Het moesten duiven zijn, die nog niet waren uitgevlogen. Men moest ze onder de oksels of bij de voetjes van het kind leggen.
Bron
K. Debruyne, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (westerlo en omstreken)
9G
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Veerle   
Plaats van Handelen
Vorst   
